header image 1

FACTSHEET INTENSIEVE VEEHOUDERIJ 2009

Burgerinitiatief   “MEGASTALLEN-NEE”

Verantwoording

Op 13 maart 2009 zijn wij officieel gestart met het werven van handtekeningen voor het provinciale burgerinitiatief tegen de negatieve gevolgen van schaalvergroting in de intensieve veehouderij.  Dit initiatief wordt op 10 juli 2009 aangeboden aan de Commissaris van de Koningin van de provincie Noord-Brabant.

Naast de politieke behandeling van 11 punten die wij in het burgerinitiatief hebben opgenomen is voor ons ook de voorlichting aan burgers een belangrijk doel. Hierbij stuiten wij keer op keer op een grote kennisachterstand van burgers, maar ook van politici, bestuurders en andere betrokkenen. Het was ook voor ons een enorme kluif om grip op de materie te krijgen. Daarom hebben wij getracht om de belangrijkste aspecten van de (Brabantse) intensieve veehouderij voor iedereen op een rijtje te zetten. We hebben dit met de grootst mogelijke zorg gedaan. Om de informatie controleerbaar te maken hebben wij de bronnen vermeld. We zijn zo beknopt mogelijk gebleven, het is informatie op hoofdlijnen. Natuurlijk kunnen we niet garanderen dat we volledig zijn geweest, wij zijn uiteindelijk maar “gewone burgers”.  Voor achtergrondinformatie verwijzen wij u naar de gehanteerde bronnen en overige literatuur.

Wij hopen dat dit document zal bijdragen aan een open discussie op basis van feiten. Voor op- of aanmerkingen houden wij ons aanbevolen.

Noord-Brabant, 10 juli 2009

Jeanne Stoks en Sonja Borsboom

initiatiefnemers burgerinitiatief tegen de negatieve gevolgen van schaalvergroting in de intensieve veehouderij.

Inhoud:

  1. Gezondheidsrisico’s

Kenmerk intensieve veehouderij: veel dieren bij elkaar, onnatuurlijke omstandigheden => groot risico op ontstaan, mutatie en verspreiding ziekteverwekkers. Toename aantal dieren = toename risico’s.

Zoönosen:1

Infectieziekten veroorzaakt door micro-organismen die kunnen overgaan van dieren op mensen (werknemers, omwonenden en consumenten) via diercontact, lucht, mest en voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Micro-organismen zijn virussen, bacteriën, parasieten.

Voorbeelden:

virussen: influenza (vogelgriep, varkensgriep)

bacteriën: salmonella ,  Q-koorts

Dier op mens verspreiding mogelijk. Ontstaan van mutaties mogelijk. Actueel: varkensgriep.

Antibioticumresistentie

Zeer hoog en stijgend antibioticagebruik. Ontstaan van specifieke antibioticaresistentie en multiresistentie.2 Multiresistenties komen algemeen voor in vleeskalveren, vleesvarkens en vleeskuikens.

MRSA (ziekenhuisbacterie, antibiotica-resistent)2

In 2004 ontdekking nieuwe “stam”: het NT-MRSA. Deze is afkomstig uit de intensieve veehouderij. In 2007 was 30% van de gerapporteerde MRSA gevallen veegerelateerd (vgl. 5% in 2006). Bijna 60% van de varkensbedrijven is besmet en 88% van de kalverbedrijven. NT-MRSA wordt ook bij patiënten gevonden die geen nauw contact met varkens en vleeskalveren hadden. Overdracht naar de mens veelal via direct contact. Mens op mens verspreiding is mogelijk. MRSA bestrijding in ziekenhuizen is onder druk komen staan. De kosten stijgen, quarantainecapaciteit wordt te klein.

ESBL-producerende organismen3

ESBL’s zijn een vorm van antibiotica-resistentie. Komt veel voor bij vleeskuikens. Waarschijnlijk speelt de voedselketen een rol in de verspreiding.

Fijnstof

De landbouw is landelijk verantwoordelijk voor 25% van de uitstoot van fijnstof4 . Fijn stof is vooral afkomstig uit de intensieve veehouderij. Ook ammoniakemissie draagt bij aan vorming van fijnstof deeltjes (aerosolen). Er zijn weinig metingen gedaan naar de concentratie en samenstelling van fijn stof in de directe leefomgeving van intensieve veehouderijen. Epidemiologisch onderzoek5 heeft aangetoond dat blootstelling aan de hoeveelheid fijn stof (PM10-deelltjes) in de buitenlucht samenhangt met een breed scala  aan gezondheidseffecten zoals (meer ziekenhuisopnamen voor) luchtwegklachten en vervroegde sterfte. Fijnstof is/kan ook drager zijn van ziekteverwekkers. Daarom is het onderzoek naar uitstoot en verspreiding van groot belang.

Endotoxinen

Endotoxinen zijn bestanddelen van de celwand van bacteriën en kunnen ziekten verwekken. Ze komen voor als bestanddeel van fijnstof in de buitenlucht en in woningen. Ze worden vooral in hoge concentraties gevonden in de veehouderijen zelf en bij veevoerproductie.

  1. Grootte van megastallen en megabedrijven

Dikwijls uitgedrukt in NGE = Nederlandse Grootte Eenheid

Gegeven: 1 fte = +/- 70 NGE

Let goed op de gebruikte begrippen. Wageningen 6maakt onderscheid tussen megastallen en megabedrijven.

Megabedrijven: aantal dieren van één diersoort van één bedrijf. De dieren kunnen dan op verschillende locaties gehuisvest zijn. De stallen op de diverse locaties kunnen beperkt van omvang zijn.

Megastallen: één diersoort op  één locatie

Megastal Megabedrijf
Aantal NGE > 300 NGE > 500 NGE
Aantal fte 4,3 7,1
Oppervlakte bouwblok 1 à 1,5 ha ?
Vleeskalveren 2.500 4.200
Vleesvarkens 7.500 12.500
Fokvarkens 1.200 2.000
Gesloten varkensbedrijf 3.800 vleesvarkens + 600 fokvarkens
Vleeskuikens 220.000 367.000
Leghennen 120.000 200.000
  1. Aantal varkens en kippen in Brabant

Onderstaand een overzicht van het aantal varkens en kippen in Brabant. Bron: CBS- landbouwtelling. Aantal dieren x 1.000:

Aantal dieren x 1.000 2000 2003 2006 2007 2008 Verschil (%) 2007 tov 2008
Totaal varkens 5.715 4.787 4.969 5.127 5.335 + 4,0
Waarvan: - fokzeugen 687 547 546 560 545 - 2,7
-biggen 2.283 1.979 2.056 2.158 2.255 + 4,5
-vleesvarkens 2.745 2.261 2.367 2.409 2.535 + 5,2
Totaal kippen 29.114 22.894 25.636 25.623 25.279 - 1,3
Waarvan:-vleeskuikens 15.644 12.589 13.844 13.733 12.942 - 5,7
-leghennen 10.415 7.879 8.905 8.973 9.239 + 3,0
-ouderdieren van vleesrassen 3.055 2.476 2.567 2.604 2.824 + 8,4
Aantal bedrijven 3.131 2.256 2.196 2.158 2.074 -3,9

Daling 2000-2003 i.v.m. opkoopregeling

  1. Productie intensieve veehouderij en export :

(heel Nederland)

varkens pluimvee
Zelfvoorzieningsgraad NL * 251 % 188 %
Export als % van totale productie 60% 47%
Slachtingen 14.357.785 stuks 1.000.500 ton
Export levend (verminderd met import) 7.810.083 stuks -59.705  ton

1 ton = 1.000 kg.

* :Zelfvoorzieningsgraad: een begrip dat aangeeft hoeveel een land van een bepaald product zelf voortbrengt. Bij 100% is er precies genoeg voor de eigen bevolking

Bron: Productschappen voor vee, vlees en eieren. Cijfers 2008 voorlopig

  1. Milieugevolgen intensieve veehouderij7

Schadelijk voor
Emissie van Afkomstig van bodem water lucht Bio-diversi-teit Gezond-heid Klimaat-veran-dering
Ammoniak (stikstof; verzurend, vermestend) Mest en urine x x x x x x
Fosfaat (verzurend, vermestend) Mest en urine x x x
Fijn stof Stalstof, verkeer x x x x
Stank Mest, stallucht x x
Methaan (gasvormig) Mest x
CO2 Ademhaling dieren en energie uit fossiele brandstoffen x

Energieverbruik (fossiele brandstoffen).

Energieverbruik voor o.a. transport, verwarming, ventilatie. Hoge CO2-uitstoot

Onduurzame grondstofkringlopen

Import voer, export vee en vlees, achterblijven met mest en uitstoot stoffen

Verzurende depositie (ammoniak):

Regionaal komen grote verschillen voor in de depositie van verzurende stoffen. Vooral in gebieden met intensieve veehouderij, zoals de Peel en de Gelderse Vallei, kunnen deposities voorkomen van meer dan 5.000 mol per hectare (norm 2010: 1.650 mol/ha8). Deze hoge depositie wordt vooral veroorzaakt door de bijdrage van de hoge ammoniakuitstoot (NH3) ter plaatse.

  1. Luchtwassers

Luchtwassers zijn technieken die worden ingezet om de emissies van ammoniak, stank en fijn stof te verminderen. Het zijn zgn. “end-of-pipe” technieken. De technische specificaties vermelden hoge reducties, één en ander afhankelijk van het gebruikte soort luchtwasser:

Uitgestoten stof: reductie % volgens fabrikant Bewezen in de praktijk
Ammoniak 70-95 ?; geen betrouwbare metingen
Geur 30-55 ?; geen betrouwbare metingen
Stof 90 ?; geen betrouwbare metingen
fijnstof 30 ?; geen betrouwbare metingen

Van de praktijkonderzoeken zijn geen betrouwbare gegevens voorhanden. Voor de pluimveehouderij zijn er nog geen toepasbare technieken met prestaties die voldoen aan de normen. In de varkenshouderij worden met name bij de reductie van geur, stof en fijnstof grote vraagtekens gezet. Wetenschappelijke onderbouwing van de effectiviteit in de praktijk zijn niet aanwezig. Een onderzoek naar zgn. gecombineerde luchtwassystemen 9 dat eind 2008 gereed zou zijn is in verband met onvoldoende resultaten opnieuw gestart. Minister Cramer schrijft daarover in haar brief van 10 juni 2009: De wens om deze luchtwassers (gecombineerde luchtwassers) op korte termijn in Nederland toepasbaar te maken, is niet uitgekomen. Goede metingen kunnen alleen worden uitgevoerd aan een stabiel werkende luchtwasser. Dat konden de fabrikanten niet bieden10.

Nadelen luchtwassers:

  • Kostprijsverhogend en milieubelastend in verband met:
    Hoog verbruik energie
    Hoog verbruik water
    Hoge investeringen voor de ondernemer (maar met subsidies op kosten van de     gemeenschap)
  • Kwetsbaar voor storingen en uitval, vervuiling, tegenvallende reductie
  • Controle en handhaving dient zeer strikt te geschieden; gemeenten hebben hier geen capaciteit voor (zowel kwantitatief als kwalitatief)
  • Afval van (chemische) luchtwassers bevat nog steeds mineralen. Deze worden geclassificeerd als kunstmest.
  • Het mestprobleem wordt niet opgelost
  • Stimuleert uitbreiding aantal dieren bij gelijkblijvende emissies

  1. Landschap en infrastructuur

Vestiging van megastallen vindt plaats binnen verwevingsgebieden (uitgroei bestaande bedrijven) en landbouwontwikkelingsgebieden. Voor veel gebieden zijn de verplichte beeldkwaliteit- en ontwikkelingsplannen nog niet gemaakt. Landschappelijke inpassing van megastallen is een illusie. In tegenspraak met de Reconstructiewet worden locaties in de directe nabijheid van burgers en natuur gebruikt. Lokaal zal de verkeersdruk fors toenemen. De aanwezige infrastructuur is hier in veel gevallen volstrekt niet op berekend. Prof. Mr. D.W. Bruil 11 schrijft hierover in de slotbeschouwing van een artikel over dit onderwerp: “Qua ruimtelijk fenomeen zijn de grote agrocomplexen

echter veel meer met industriecomplexen te vergelijken dan met een (traditioneel)

landbouwbedrijf. Het is dan ook twijfelachtig of deze complexen wel in het buitengebied

thuishoren.”

  1. Dierenwelzijn

In Nederland is de inzet rond dierenwelzijn in 2007 geactualiseerd in de Nota Dieren- welzijn (LNV, 2007). Deze nota ademt dezelfde geest als het Europese Actieplan en op diverse plaatsen wordt het actieplan aangehaald of zelfs letterlijk vertaald. Uit een overzicht van minimumstandaarden ten aanzien van het welzijn van varkens, kippen en vleeskalveren in Europese landen, blijkt dat Noorwegen en Zweden op het gebied van dierenwelzijn koplopers in Europa zijn en Nederland een middenmoter is

Enkele minimumstandaarden voor dierenwelzijn in Europese landen12
EU Noorwegen Zweden Frankrijk Nederland Engeland Italië
Minimum oppvervlakte mestvarkens (m2/dier)
< 10 kg 0,15 0,15 n.b. 0,15 0,15 0,15 0,15
10-20 kg 0,20 0,20 0,25-0,32 0,20 0,20 0,20 0,20
20-30 kg 0,30 0,35 0,32-0,40 0,30 0,30 0,30 0,30
30-50 kg 0,40 0,50 0,40-0,55 0,40 0,50 0,40 0,40
50-85 kg 0,55 0,65 0,55-0,82 0,55 0,65 0,55 0,55
85-110 kg 0,65 0,80 0,82-1,02 0,65 0,80 0,65 0,65
> 110 kg 1,00 1,00 1,02-1,75 1,00 1,00 1,00 1,00
Stro mest-varkens verplicht nee Ja ja nee nee ja Nee
Onverdoofde castratie biggen toegestaan ja Nee ja ja ja ja Ja
Staartknippen biggen toegestaan ja nee nee ja ja ja ja
Minimum oppervlakte kippen (cm2/dier)
Minimum opp. kippen (cm2/dier) in verrijkte kooien 750 850 750 750 750 750 750
Minimum opp. kippen (cm2/dier) in conventionele kooien 550 700 verboden 550 550 550 550
Snavelkappen toegestaan ja nee nee ja ja ja Ja
Daglicht verplicht nee nee ja nee nee nee Nee
Minimum oppervlakte vleeskalveren (m2/dier)
< 150 kg 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
150 – 220 kg 1,7 1,8 1,8 1,7 1,7 2,0 1,7
> 220 kg 1,8 2,0 1,8 1,8 1,8 3,00 1,8

Diervriendelijke stallen hebben een hogere emissie ammoniak, geur en fijnstof. Omschakeling is alleen mogelijk als het aantal dieren wordt verminderd.

  1. Burger en consument

Uit het onderzoek van :

Marloes van Schaik, Percepties van schaalvergroting in de intensieve veehouderij, afstudeerverslag in opdracht van Provincie Noord-Brabant. Juli 2008

  • De huidige ontwikkeling in de varkens- en pluimveehouderij is schaalvergroting. Hiermee staan de percepties van burgers haaks op de ontwikkelingen in de intensieve veehouderijsector; er is sprake van een spagaat.
  • Het draagvlak onder burgers voor schaalvergroting in de intensieve veehouderij is gering. Naar verwachting zal het draagvlak in de toekomst verder afnemen.
  • De grootschaligheid brengt het moderne beeld van de intensieve veehouderij verder af van het idyllische beeld dat burgers hebben.
  • Onder omwonenden van de LOG’s is geen sprake van het Not In My BackYard-verschijnsel, maar van het Not In Any BackYard-verschijnsel. Daarnaast blijkt dat niet de woonomgeving in afstand van het LOG, maar de binding met het boerenleven bepalend is voor de mening over schaalvergroting. Dit betekent dat er zowel in de stad, in een dorpskern als op het platteland weerstand is tegen schaalvergroting, en niet alleen het Not In Any BackYard-verschijnsel een rolspeelt.
  • De meeste, door de burger genoemde milieuproblemen in de landbouw hebben te maken met de uitstoot van stoffen ten gevolge van de productie van mest.
  • Burgers vinden het belangrijk om de natuur te beschermen.
  • Burgers vinden dat dieren buiten horen te lopen, bewegingsvrijheid hebben en natuurlijk gedrag kunnen vertonen
  • Burgers vertrouwen er op dat de overheid wel toeziet op uitwassen, naleving van wet- en regelgeving, behoud van landschap e.d.

3 Comments

3 Reacties tot nu ↓

  • Pijnenb- op 't Hoog

    Lijkt me goed dat jullie organisatie ook reageert op een initiatief voor een megastal in het hart van nationaal landschap Het Groene Woud in de provincie Brabant in gemeente Oirschot gelegen aan adres Logtsebaan 2. (aan de rand van Natura 2000 gebied Kampina)
    Tot 13 aug 2009 kunnen jullie reageren op dit voorgestelde megastal initiatief

  • TFWC

    Het liedje van de CDA boeren dat iedereen moet kunnen rekenen op een “lekker stukje vlees” is puur bedrog, het grootste deel van de productie gaat naar export, Nederland vult zijn bankrekeningen dus op kosten van: Milieu/ Volksgezondheid/ Dierenwelzijn. Bij een volledige biologische veehouderij zouden we meer dan genoeg hebben voor het hele bevolking, en niet onze natuur, gezondheid, en die van de dieren mollen in ruil voor centen. (varkenspest, vogelgriep, MKZ, Q-koorts, tel de kosten van dit alles, vaccinaties etc bij het totale kostenplaatje van de veehouderij). In feite behalve dat wij onze leven laten vergallen, betalen we ook nog mee aan het rijk worden van een bepaalde groep. Maar de veehouders zullen zich in hun eigen vlees snijden, want de situatie is voor de toekomst onhoudbaar. Laat de helft van hen op biologisch veehouderij overschakelen, en de andere helft zich laten omscholen als ICTer of zoiets. Het CDA is in deze langzaam(?) veranderd in een Collectief Der Aasgieren. Amen!

  • kempenaar

    luchtwassers

    Wat ik hier nog mis is het feit dat luchtwassers, en met name de biologische luchtwassers een luchttemperatuur nodig hebben om goed te functioneren. Anders werken de bacterien niet. Dit betekend dat de temperatuur die de stal verlaat zo’n 24 graden moet zijn wil de wasser goed werken. Onbetaalbaar voor de veehouder die juist wil dat de temperatuur zo laag mogelijk de stal verlaat (in de winterperiode). Als de temperatuur wel optimaal door de wasser gaat stoot de veehouder evenveel warmte uit als een gemiddeld dorp!
    De huizen zo isoleren dat de mensen er ziek in worden terwijl de veehouders gewoon gigantische hoeveelheden warme lucht uitstoten.
    Maar in de praktijk staan die dingen uit of blazen ze er gewoon koude lucht door, veel goedkoper toch….en dan tegen de buurman zeggen: ik heb een luchtwasser dus het stinkt niet!

Geef een reactie